Traditioneel pleisterwerk

Het oppervlak voorbereiden

De ondergrond voor het pleisterwerk moet homogeen, draagkrachtig en vrij te zijn van verontreinigingen. Vuile ondergronden grondig met water reinigen voor applicatie.

De te behandelen ondergrond moet voldoende draagkrachtig en homogeen te zijn. Losse delen moeten zijn verwijderd en de ondergrond dient schoon en stofvrij te zijn. Vuile ondergronden grondig met water reinigen voor applicatie.

Ondergronden die onvoldoende draagkracht hebben dienen eerst, compatibel hersteld te worden met het belendende en onderliggende  werk.

Absorberende oppervlakten zoals bakstenen / natuursteen / latten enkele dagen voor het aanbrengen van de kalkmortel bevochtigen door met water te sproeien (meestal 2 of 3 keer) . Bij het aanbrengen van de kalkpleister mag er geen filmlaag van water aan het oppervlak staan. Ook tussen de verschillende pleisterlagen goed bevochtigen. Kalkpleisters kunnen alleen carbonateren terwijl ze vochtig zijn, als ze uitdrogen kan dat het carbonatatie proces negatief beïnvloeden en kan de pleister falen. Voor een egale zuiging gebruikt men kalksinterwater of kalkhechtlaag als grondering/hechtbrug.

De mortel voorbereiden.

De gerijpte (gerotte) kalkmortel wordt voor levering op de bouwplaats door-gehouwen en beslagen.

Een ambachtelijk proces van treden, stampen, slaan en draaien waardoor de mortel plastisch wordt . 

Bij het openen van de verpakking het opliggende conserveringswater separaat afgieten en bewaren

De mortel langdurig doormengen zonder toevoeging van water met een geschikte mixer (bv  20 min. met een dwangmenger, betonmolen, mixer met dubbele mengspiraal ) tot een homogeen mengsel

Door voldoende menging zal de mortel weer plastisch worden.  Er mag alleen een minimale hoeveelheid (kalksinter) water worden toegevoegd om een ​​werkbare mix te maken, deze moet zo stijf mogelijk worden gebruikt om krimpscheuren te voorkomen.

Aanbrengen van de kalkmortel.

Historisch pleisterwerk bestaat vaak uit 3 lagen. Belangrijk hierbij is om een laag nooit dikker te verwerken dan 3 à 4 maal de maximale korreldikte in de pleister. De opbouw van de kalkmortels zijn project specifiek en verkregen na analyse van de historische mortel. 

Controleer voor het aanbrengen van de pleister eerst nogmaals de ondergrond op voldoende vochtigheid en vul diep gelegen oneffenheden vooraf uit met de raapmortel in één of meerdere lagen afhankelijk van de diepte van de oneffenheden en opbouw van de mortel.

Tussen het aanbrengen van de lagen de aangebrachte pleisterlagen afdoende vochtig houden. Een volgende laag kan worden aangebracht als de onderliggende laag genoeg is gecabonatiseerd. Dit is afhankelijk van de mortel opbouw, condities en laagdikte en kan variëren tussen dezelfde dag tot een week. Controleer dit door met je duim op de kalkpleister te duwen. Als je deze niet meer met de duim kan indrukken maar wel met je nagel dan kan de pleister voorbereid worden voor de volgende laag.

De eerste laag.

De eerste aan te brengen pleisterlaag is de contactlaag of hechtlaag. Idealiter wordt deze aangeworpen, verspoten of met de spatmachine aangebracht voor een optimale hechting. Breng je deze laag met het raapbord en spaan aan dan de pleister krachtig aanduwen zodat er geen luchtinsluitingen ontstaan. Kras deze laag diagonaal in of ruw/schaaf de pleister open als deze genoeg is opgesteven met de zijkant van je spaan, stuckam, of met een ruwe bezem. In deze laag kunnen kleine krimscheurtjes ontstaan. Zolang de pleister niet onthecht kan je ze herstellen als de pleister nog plastisch is met de spaan door hard te duwen.

Controleer wanneer de carbonatatie intreed en bevochtig de pleisterlaag afdoende. Als de pleisterlaag voldoende begint te verharden (doe de test met de duim en nagel) kan de volgende laag worden aangebracht.

 Is de carbonatatie zover ingetreden dat er een witte sinterhuid aan het oppervlak zichtbaar is dan dient deze te worden weg gekrast/geschaafd voor de volgende laag. Gebruik hiervoor een rabot of de zijkant van een spaan.

De tweede laag kan aangebracht worden.

De tweede laag, de raaplaag, dient om de ondergrond strak te maken. Vergeet niet de ondergrond te bevochtigen.

Breng de kalkmortel op dezelfde wijze aan als de eerste gang en breng de pleister gelijk onder de rei. Als het pleisterwerk voldoende is gezet met een houten spaan dicht schuren en stevig verdichten. Krachtig duwend doordraaien met een houten spaan maakt de pleisterlaag compact en vlakt het oppervlak. Als de raaplaag voldoende begint te verharden (is nog vochtig maar voelt lederhuid aan) met een stalen schuurraam, rabot opruwen. Dit kan ook door een houten spaan op twee hoeken te voorzien van 2 mm uitstekende schroeven en deze met cirkelende bewegingen over de raaplaag te bewegen.

Laag drie, de afwerklaag.

Vergeet niet de ondergrond te bevochtigen. De derde laag, de afwerklaag, geeft het pleisterwerk de gewenste afwerking. De maximaal aan te brengen laagdikte is weer afhankelijk van de mortelreceptuur. Contoleer dit vooraf.

Afhankelijk van de afwerking breng je deze laag in één of  twee keer op. Als de eerste laag is aangetrokken schuur het dan door met een houten spaan. Breng een dunnere tweede laag aan welke je afwerkt naar het gewenste resultaat. Bevochtig het oppervlak bij afwerkingen met een sponsspaan, pleistermes of spaan. Let wel op dat er niet teveel water wordt gebruikt want dat trekt teveel kalk naar het oppervlak.

Nazorg van een historische kalkpleister

Een goed afgewerkte kalkpleister geeft een positieve bijdrage aan de vochthuishouding van het gebouw. Kalkmortels en kalkpleisters zorgen ervoor dat een constructie kan ademen, zijn flexibel, hebben een zelfherstellend vermogen en nemen CO2 op tijdens het uitharden, waardoor de carbon footprint van het gebouw afneemt. Ook voor gebruikers hebben ademende gebouwen voordelen: in een tijd waarin men meer en meer tijd binnenshuis doorbrengt – enkele studies zeggen wel 90 % van ons tijd – is een goed binnenklimaat van steeds wezenlijker belang. Het pleisterwerk geeft een mooie afwerking die geen enkele moderne gips kan evenaren, nazorg is hierbij een vereiste.  Lees de informatiebladen carbonatatie van kalk en de leidraad kalkwerken het jaar rond goed door om tot een goed eindresultaat te komen.

U wilt een verf aanbrengen op het pleisterwerk?

We raden aan dat u natuurlijke verf gebruikt die de unieke technische eigenschappen van de historische pleister niet negatief beïnvloeden. De duurzaamheid van de verf zal afhangen van het applicatiemoment en het gekozen minerale verfsysteem. Bel voor advies of mail je vraag naar info@kalkmortel.nl.

Download handleiding in PDF

Meesters in kalk

Het werken met kalkmortels voor pleisterwerk is niet heel moeilijk maar vraagt in de voorbehandeling en nazorg wel wat vakkennis. Alle materialen die je daarbij helpen tot een goed resultaat zijn bij ons verkrijgbaar, van jute afscherming tot veiligheidsbrillen. Ben je niet bekend met kalk producten maar beschik je wel over enige vakkennis en wilt graag zelf aan de slag lees dan de HANDLEIDINGEN goed door of volg een introductie workshop werken met kalk.  Voor specifieke werkzaamheden of bij restauraties geven wij desgewenst ook een masterclass op locatie afgestemd op het object en de wensen.

Veiligheidsvoorschriften.

GEVAAR
H: 315-318-335  P: 102-261-280-301+310-302+352-304+340-305+351+338 GHS05  GHS07
Veroorzaakt huidirritatie. 

Veroorzaakt ernstig oogletsel. 

Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken. 

Buiten bereik van kinderen houden. 

Inademing van stof/rook/gas/nevel/ damp/spuitnevel vermijden. 

Beschermende handschoenen/ kleding/oogbescherming/ gelaatsbescherming dragen. 

NA INSLIKKEN: onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM/arts raadplegen. 

BIJ CONTACT MET DE HUID: met veel water en zeep wassen. 

NA INADEMING: de persoon in de frisse lucht brengen en ervoor zorgen dat deze gemakkelijk kan ademen. 

BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een
aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen.
Uitsluitend voor gebruik door professionele gebruiker.